leptine

Leptine

Leptine is een verzadigingshormoon. Het wordt dan ook vaak het 'anti-obesitashormoon' genoemd. Het woord 'leptine' is vernoemd naar het Griekse 'leptos', wat dun betekend.

De 'vetmeter' in je lichaam

Leptine wordt aangemaakt door de vetcellen. Hoe meer vet je hebt, des te meer leptine er wordt aangemaakt. Hoe meer leptine je aanmaakt, des te meer er wordt afgegeven aan het bloed. Een persoon met obesitas maakt meer leptine aan dan iemand met een gezond gewicht. Daarom die persoon een hogere leptinespiegel in het bloed, dan de persoon met het gezonde gewicht.

De belangrijkste functie van leptine is dat dit hormoon je hersenen informeert over de hoeveelheid energie die is opgeslagen in het lichaam. Ofwel: de vetmeter in je lichaam! Hoe werkt dit ingenieuze systeem?

Werking van leptine

Ons vet maakt het hormoon leptine aan. Dat zwemt rond in ons bloed. Daarnaast hebben we ook een leptine-receptoren. Dat zijn kleine ontvangers van leptine. Als je genoeg gegeten hebt, dan gaat leptine zich aan hun receptoren binden. Dit gebeurd in de hersenen. De binding van leptine aan hun ontvangers leidt tot het gevoel van verzadiging. 

Andersom werkt het ook: als je heel weinig vet hebt, dan heb je ook een lage hoeveelheid leptine in je bloed. Daardoor is er niet veel leptine dat zich kan binden aan hun receptoren. Op dat moment gaat je lichaam er alles aan doen om de vetopslag te verhogen; je krijgt honger!

Leptine resistentie

We weten dat leptine in ons vet wordt aangemaakt. En daardoor weten we ook dat mensen met overgewicht een hoge leptinespiegel in het bloed hebben. Je zou zeggen dat deze groep mensen zich extra snel verzadigd voelen. Leptine is immers het verzadingshormoon. Maar waarom raken deze mensen dan toch vaak minder snel verzadigd?

Dit komt door leptine resistentie. Als je er veel van hebt, dan wordt je er resistent voor. Net zoals met koffie en alcohol. Leptine resistentie ontstaat door een combinatie van verschillende factoren. 

Het gevolg is dat leptine hun signalen minder goed kan doorgeven aan de ontvangers. Daardoor werkt leptine minder goed en raak je minder snel verzadigd.

Leptine en muizen

Het bestaan van leptine is in de jaren 50 ontdekt bij muizen. De muizen hadden een foutje in hun DNA, waardoor de leptine-receptor niet meer werkte. Het viel de onderzoekers op dat de muizen nauwelijks verzadigd raakten. Ze bleven maar dooreten en bewogen veel minder dan de andere muizen. Er was zelfs een muisje met zoveel honger, dat hij de hele dag languit in zijn kooi lag met zijn kop in het etensbakje. Daarnaast was hun stofwisseling veel zuiniger. De muizen werden natuurlijk veel dikker dan de muizen met leptine-receptoren die wel werkten. Ze werden ‘ob-muizen’ genoemd. Uiteindelijk werd in 1994 pas ontdekt wat dit stofje precies was en waar het in de normale muis werd aangemaakt.


Reactie plaatsen